“WATTEFOKISDEES?!!!”. Dat was zowat mijn eerste reactie toen ik deze plas overgeefsel zag liggen tussen mijn netjes gemulchte aanplant. Ik verdenk er al een tijd enkele reeën van om van mijn Absintalsem (Artimisia absinthium) te komen smullen en ik kan me wel voorstellen dat dit een beetje op de maag kan liggen. Google Lens bracht echter soelaas: het zou Heksenboter (Fuligo septica) kunnen zijn.
Na wat opzoekwerk klopt die identificatie goed. Heksenboter is geen braaksel en ook geen klassieke paddenstoel, maar een slijmzwam. Het betreft een eencellig organisme dat, ondanks die ogenschijnlijk eenvoudige opbouw, grote zichtbare structuren kan vormen. In zijn actieve fase gedraagt het zich als een kruipende massa (plasmodium) die zich voedt met bacteriën en organisch materiaal in de bovenste laag van de bodem, zoals mulch of houtsnippers. Check.
Het opvallende uiterlijk verklaart ook de naam. De benaming “heksenboter” verwijst naar oude volksverhalen waarin men dergelijke gele, slijmerige massa’s associeerde met heksen: men dacht dat het restanten waren van hun “boter” of een soort bovennatuurlijke uitscheiding die ’s nachts werd achtergelaten.
Qua verschijning is heksenboter vrij typisch: aanvankelijk felgeel tot oranje en amorf van vorm, later indrogend tot een bruine, poederige korst. Dat poeder bevat sporen waarmee het organisme zich verder kan verspreiden. Het verschijnt vooral bij warm en vochtig weer en kan binnen enkele dagen weer verdwijnen.
Voor de tuin vormt heksenboter geen probleem. Het tast levende planten niet aan en speelt zelfs een nuttige rol bij de afbraak van organisch materiaal. Ik ben er zelfs een beetje fier op want het is een indicatie dat ik in feite goed bezig ben met het opbouwen van een biodiverse bodem en het aantrekken van een rijk gamma aan nuttige organismen!


